dmri

Leeftijdsgebonden maculadegeneratie of LMD is een ziekte die met name mensen ouder dan 65 jaar treft en het gevolg is van de „veroudering” van de macula, het gevoeligste deel van het netvlies. Er zijn 2 vormen van LMD: de „droge” vorm en de „natte” vorm. Hoewel minder mensen hierdoor worden getroffen, is „natte” LMD verantwoordelijk voor de meeste gevallen van LMD-gerelateerde blindheid. Bij „natte” LMD ontstaan er abnormale bloedvaten (neovascularisatie) die uiteindelijk barsten en aanleiding geven tot bloedingen en littekens in de oogfundus.

Welke symptomen gaan met LMD gepaard?

Donkere of witte vlek in het midden van het gezichtsveld, vervormde, wazige beelden of wijziging van de grootte of vorm van voorwerpen. Omdat het centrale gezichtsvermogen wordt getroffen, ondervindt de patiënt moeilijkheden bij het lezen en schrijven, herkennen van gezichten, televisiekijken, enz. In de meeste gevallen treft LMD binnen een paar maanden tot een paar jaar beide ogen.

Hoe wordt LMD behandeld?

Het door LMD beschadigde netvlies kan niet worden hersteld. Het verlies van het gezichtsvermogen is permanent. Toch zijn er behandelingen die verergering voorkomen of vertragen, naargelang het type LMD („droog” of „nat”). De „droge” vorm van LMD kan niet worden behandeld, maar er kan behandeling met vitamines en antioxidanten plaatsvinden. In de juiste hoeveelheden lijken die het risico op evolutie naar gevorderde stadia van de ziekte te verminderen. Voor de „natte” vorm van LMD is er behandeling mogelijk. De behandeling dient echter zo vroeg mogelijk te worden gestart.
Tot 2000 was een laserbehandeling de enige optie voor het behandelen van „natte” LMD. Toch kon daarmee slechts een klein aantal patiënten worden behandeld met goed omlijnde beschadigingen aan de achterzijde (fundus) van het oog. Bovendien was het een destructieve behandeling die tot doel had neovaten te vernietigen, maar tegelijkertijd het netvlies verbrandde. Dit alleen al leidde tot ernstig verlies van het gezichtsvermogen.

In 2000 deed de fotodynamische therapie met verteporfine (Visudyne ®) zijn intrede. Het was de eerste selectieve behandeling waarmee neovaten met relatief behoud van het aangrenzende netvlies konden worden vernietigd. Toch konden hiermee niet alle voorkomende beschadigingen worden behandeld. Ondanks de behandeling bleef het gezichtsvermogen van de patiënten gemiddeld dalen, maar minder dan bij de onbehandelde patiënten.

In 2004 deden nieuwe behandelingen met intravitreale injecties met antiangiogene medicijnen hun intrede. Met deze injecties worden er medicijnen in de oogbol toegediend, waardoor de groei van afwijkende vaten kan worden verhinderd. Wanneer de injecties door getrainde oogartsen in aseptische omstandigheden worden uitgevoerd, zijn ze betrekkelijk pijnloos en veilig. Deze nieuwe behandeling is hoopvol voor patiënten met maculabeschadigingen die tot voor kort onbehandelbaar waren.

Omdat de beschikbare behandelingen geen genezing waarborgen, is het erg belangrijk om de ziekte onder controle te houden en het verloop van de beschadigingen in de gaten te houden. De oogarts kan de patiënt daarom aanraden om dagelijks een heel eenvoudige oogtest uit te voeren door middel van het Amsler-rooster.